afdeling Utrecht

27
december

Verklaar de oorlog aan jeugdbendes

In de Utrechtse wijk Leidsche Rijn terroriseert een jeugdbende de buurt. Zij maken zich schuldig aan inbraken, vernielingen en bedreigingen.

Het homopaar Hans en Ton en de familie Bouhtala hebben zich, door bedreigende situaties en pesterijen, gedwongen gevoeld te verhuizen. Diep, diep triest.

Een nederlaag voor Utrecht en al haar inwoners. Dit straattuig moet gestopt worden, het mag niet langer bestaan dat gezinnen of individuen uit hun huis worden weggepest. De politie heeft veel gedaan: van cameratoezicht tot het uit huis zetten van gezinnen en plaatsen van een jongen in een jeugdinrichting. De familie Bouhtala laat de rechter het handelen van de politie onderzoeken. Eerder heeft de rechter in het geval van Hans en Ton geconcludeerd dat de politie fouten heeft gemaakt. Maar ongeacht het oordeel, kunnen wij niet tevreden zijn. Het is namelijk niet genoeg geweest om te voorkomen dat Hans en Ton en de familie Bouhtala besloten te verhuizen.

Tot overmaat van ramp stelt de politiechef Van Renswoude, in het AD van maandag 19 december, dat de jongeren onaantastbaar zijn. Dit is een volstrekt verkeerde boodschap aan de maatschappij, de bewoners, het straattuig, maar zeker ook zijn eigen agenten op straat. Zeggen dat je deze criminelen niet kan pakken staat gelijk aan opgeven. En opgeven is geen optie. De politie is de baas, niet criminele kind-gangstertjes.

Adequaat aanpakken
De politiek, het OM en de politie hebben de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat dit gestopt wordt, en het niet meer zal voorkomen dat bewoners zich gedwongen voelen te verhuizen. Wij merken dat politici, partijen het politieke spel en de conclusies van anderen, waaronder de media, rondom het functioneren van de burgemeester belangrijker vinden dan het afdoende oplossen van het probleem. Maar daar hebben de bewoners helemaal niets aan. Daarom roepen wij op verder dan deze incidenten, hoe pijnlijk ook,en over politieke grenzen heen te kijken. Hoe gaan we er gezamenlijk voor zorgen dat jeugdbendes adequaat aangepakt kunnen worden?

Wij willen dat de politiek en politie creatiever en inventiever te werk gaan, wat betreft de inzet van (opsporings)middelen in een concreet ‘actieplan jeugdbendes’. Het maakt niet precies uit hoe, daar moeten politiek, OM en politie maar goed over nadenken, maar deze straatterreur moet gestopt worden. Desnoods wordt, zolang dat nodig is, overgegaan tot 24 uur per dag politieaanwezigheid in de wijk. Een andere suggestie is publicatie van camerabeelden of foto’s van verdachten.Geef het aanpakken van jongerencriminaliteit topprioriteit en zorg ervoor dat anderen niet vergelijkbare persoonlijke drama’s hoeven te beleven.

Papieren belofte
Helaas moeten we ook constateren dat deze jeugdbende een prominent voorbeeld is van vele criminele jeugdgroepen in Nederland. Zo heeft minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten, naar aanleiding van vragen van Ahmed Marcouch, belooft 89 van deze groepen van de straat te halen. Hoe hij deze belofte gaat waarmaken heeft hij nog niet bekend gemaakt. Vooralsnog is dit dus slechts een papieren belofte. Ivo, waar blijf je met je daadkrachtige beleid?

Laat het dus tegelijk een les zijn voor het kabinet Rutte. Verwaarloos de jeugd niet; biedt jongeren kansen door gedegen begeleiding, scholing, stagemogelijkheden en perspectief op de arbeidsmarkt. Bezuinig ook niet alle preventieve maatregelen weg, wanneer het kabinet dit wel doet dan creëert het haar eigen criminaliteit. Terwijl voorkomen beter, maar ook (voor onze rechtse vrienden) goedkoper is dan genezen. En voor het tuig dat, ondanks de geboden kansen en hulpmiddelen, ervoor kiest angst te zaaien in buurten, mensen weg te pesten of te intimideren en misdrijven te plegen, dient de harde hand te regeren. Laat de boodschap heel helder zijn; de politie is de baas op straat en situaties zoals in Terwijde accepteren wij niet!

Thomas Ronnes is voorzitter van de Jonge Socialisten in de PvdA afdeling Utrecht. Dit stuk verscheen eerder op website www.dejaap.nl

Thomas Ronnes | Reageer (0)


7
juli

Column vd voorzitter - juli 2011

De JS Utrecht gaat knallen dit jaar! Hoe? Door zichtbaar en actief te zijn! We gaan iedere maand twee activiteiten organiseren. Zo zal in september, naast de opening van het politieke seizoen met een grote gast, een lang geleden gedane waterige belofte ingewilligd worden. Lees snel verder!

Column vd voorzitter - juli 2011

Ook gaan we onze hulp aanbieden aan voedselbanken. Hiermee kunnen we de mensen die het hard nodig hebben helpen en zelf zien hoe dat in de praktijk gaat. Niet over mensen praten, maar met mensen praten! Lodewijk Asscher heeft vorige week woensdag bij een bijeenkomst van de Wiardi Beckman Stichting gezegd dat sociaal-democraten niet over sociaal-democratie moeten praten, maar het in de praktijk moeten laten zien: ‘show, don’t tell’. Dat is precies wat de JS Utrecht ook wil gaan doen.

We gaan proberen om zo nu en dan ook eens een kijkje achter de schermen te verzorgen. Leden van de JS (Utrecht) zijn geïnteresseerd in politiek. Hoe werkt de lokale politiek eigenlijk? Hoe functioneert een gemeenteraad? Hoe is de omgang met journalisten? Hoe veel inspraak hebben bewoners?
 
We zullen meer op komen voor de belangen van jongeren. Utrecht is dé studentenstad van Nederland. Maar het is moeilijk om aan een kamer te komen. En als je er dan één hebt, betaal je iedere maand veel huur. Daarom heeft de gemeente vorig jaar op initiatief van de PvdA huurteams opgezet. Deze huurteams behandelen klachten van kamerbewoners, die denken dat ze te veel huur betalen. Vorige maand leek het erop dat de huurteams niet voortgezet zouden worden. JS Utrecht heeft in een persbericht verklaard wel voor structurele voortzetting van deze huurteams te zijn. Tijdens de behandeling van de Voorjaarsnota in de gemeenteraad vorige week is, op verzoek van PvdA en GroenLinks, toegezegd dat die continuering er zal komen. Wij zijn blij dat studenten de op de gemeente kunnen blijven rekenen!
 
Afgelopen zaterdag werd het partijkantoor van de PvdA in Utrecht officieel geopend door Job Cohen en Hans Spekman. Wij hebben PvdA Utrecht daarbij een cadeau gegeven voor het partijkantoor. Een mooie foto met Den Uyl en de spreuk 'Iedereen kan de wereld verbeteren. Gewoon een kwestie van beginnen'. Let’s roll!

Thomas Ronnes | Reageer (0)


29
juni

Sociale partners moeten terug naar tekentafel

Dit pensioenakkoord legt de rekening bij jongeren. Solidair is anders. De sociale partners moeten dus terug aan tafel en het pensioenakkoord compleet maken. Lees snel verder.

Op 10 juni presenteerden vakbond FNV, werkgeversorganisatie VNO-NCW en kabinet Rutte het concept-pensioenakkoord. Diverse vooraanstaande economen hebben zware kritiek geuit en het akkoord gekraakt. Dit akkoord ontziet de (bijna) gepensioneerden en schuift de rekening door naar de volgende generaties. De vraag is nu; komen de sociale partners en politiek hiermee weg of worden de 45-minners op tijd wakker en weten zij het financiële zwaard van Damocles te ontlopen? De sociale partners moeten terug aan tafel en het pensioenakkoord compleet maken. 

Pensioenakkoord niet compleet: risico’s en rekening voor jongeren
In een 24 juni verschenen notitie bevestigde het CPB dat in het nieuwe stelsel de kans groot is dat de rekening wordt doorgeschoven en door jongeren betaald zal moeten worden. Of dit daadwerkelijk het geval is hangt af van de invulling van het financieel toetsingskader. De waarborgen die hierin vastgelegd worden kunnen een kader stellen waarin het akkoord voor een eerlijke verdeling tussen jong en oud zorgt. Echter, de sociale partners hebben talrijke details niet ingevuld en laten zeer veel ruimte open. Het pensioenakkoord is dus niet compleet. Zonder nadere invulling zijn er vier onderdelen die slecht voor jongeren zullen uitpakken. De pensioenfondsen krijgen meer vrijheid en hoeven geen buffer meer aan te houden. Ook mogen zij werken met een verwacht beleggingsrendement als rekenrente. Deze eerste twee elementen hebben tot gevolg dat de pensioenfondsen op korte termijn meer kunnen uitkeren en er minder voor volgende generaties in de collectieve pot overblijft. Het derde onderdeel bestaat uit een toegenomen stimulans risicovol te beleggen. Gebruik van een verwacht rendement als rekenrente zorgt er namelijk voor dat door meer risico te nemen de dekkingsgraad ten positieve aangepast kan worden. In problemen geraakte pensioenfondsen kunnen hun zorgelijke situatie dus verbeteren door meer risico te nemen, de wereld op zijn kop. Het pensioenstelsel zou zo een heus casino worden. Dit wordt nog eens versterkt door element vier. Met de hersteltermijn van 10 jaar in slechte tijden worden de gevolgen doorgeschoven en vangen werkenden de klap op. Het is onduidelijk hoe zij hiervoor gecompenseerd worden, doordat in goede tijden de extra opbrengst in een collectieve spaarpot gestort wordt. Dit egalisatiefonds komt ten goede aan alle pensioengerechtigden, zowel ouderen als jongeren. De sociale partners zullen dus terug naar de tekentafel moeten en hun werk moeten afmaken. Zij moeten het financiële toetsingskader zo uitwerken dat de solidariteit tussen generaties zowel ouderen als jongeren dient.

Nieuwe ronden, nieuwe kansen
Opnieuw onderhandelen betekent nieuwe ronden, nieuwe kansen. Laat de vakbond dan ook tegelijkertijd het omslagstelsel van arm naar rijk via de doorsneepremie ter discussie stellen. Met de doorsneepremie wordt de hoogte van de premie van alle deelnemers aan een pensioenregeling vastgesteld. Voor alle deelnemers bedraagt de premie een gelijk percentage van zijn inkomen. Voor jongeren is de premie hoger dan de pensioenrechten die zij opbouwen. Ouderen kennen daarentegen een lagere premie dan de rechten die zij opbouwen, wat gezien kan worden als een toelage. Door de lagere levensverwachting van laagopgeleiden profiteren zij minder van deze toelage. Zo subsidiëren zij in feite de pensioenen van hoogopgeleiden. Aan deze omgekeerde Robin Hood-regeling zou een einde gemaakt moeten worden.

Koerswijzigingen
Maar naast de inhoudelijke kritiek zal er meer moeten veranderen. De sociale partners moeten stoppen met het in stand houden van de valse veronderstelling van een zeker en waardevast pensioen. Het pensioen was niet zeker, is niet zeker en zal ook niet zeker worden. Iedereen, jong én oud, zal dit onder ogen moeten zien. Hoe complex ook, vakbonden zullen dit aan hun achterbannen onomwonden en duidelijk moeten communiceren. De huidige situatie, scheve verdeling van de risico’s en de rekening, is mede te danken aan een oververtegenwoordiging van de babyboomgeneratie in vertegenwoordigende functies van de vakbonden, pensioenfondsen en de politieke top. Wanneer vakbonden de belangen van jongeren beter zouden behartigen zouden zij voor hen ook aantrekkelijker worden. De besturen van pensioenfondsen bestaan over het algemeen uit grijze, oude mannen. Hier moet verandering in komen, meer jongeren en vrouwen zullen in de besturen benoemd moeten worden. Naast een grotere verscheidenheid in de besturen van pensioenfondsen zal ook de vrijheid met betrekking tot het beleggen ingeperkt moeten worden. De pensioenfondsen beheren samen ruim 800 miljard euro aan rechten. Het is onverantwoord om het bepalen van de beleggingsstrategie en het nemen van beleggingsrisico’s in grote mate over te laten aan niet deskundigen.

Dit is niet mijn pensioenakkoord, vriend!
Vandaag debatteert de Tweede Kamer over het concept-pensioenakkoord. De politiek moet de sociale partners terugsturen en opdragen hun werk af te maken. De sociale partners en de politiek moeten het pensioenstelsel zo hervormen dat het toekomstbestendig, solide en werkelijk solidair wordt. Tot het zo ver is zullen de jongere generaties in beweging moeten komen en zich verenigen. Doe mee met hét tegengeluid van de 45-minners: ‘Dit is niet mijn pensioensakkoord, vriend!’.

Thomas Ronnes
Coördinator WSEB van de Jonge Socialisten in de PvdA

www.twitter.com/thomasronnes

 

Thomas Ronnes | Reageer (1)


13
oktober

De Googlelisatie van mijn generatie

Google ‘Maatschappijleer’ eens en kijk dan bij afbeeldingen. Een breed palet aan politiek geladen foto’s, spotprenten en jongeren vult het scherm. Zo beschouwd zorgt de maatschappijleer dus wellicht voor de spottende kijk van veel jongeren op ‘de politiek’.

Daarbij probeert ‘zoekmachine’ (lees wereldmacht) Google zich misschien wel geruisloos de rol van een gemeenschappelijk geheugen en een gemeenschappelijke kijk op de wereld aan te meten. Een groot gedeelte van mijn generatiegenoten neemt daar genoegen mee en laat de oratie aan mensen en instituten die samen de complexe puzzel der maatschappij vormen, aan zich voorbijglijden.

Oriëntatie, specialisatie, motivatie, presentatie; het gedeelte van de lessen waar veel jongeren vaak niet mentaal bij aanwezig zijn eindigt altijd op -atie. Mijn generatie leidt dan ook aan Googlelisatie; de simplificatie van informatie ten gunste van een gemakkelijke interpretatie en indexatie van de wereld om ons heen zonder communicatie of individualisatie. De centrale vraag is dan of het vak Maatschappijleer die strijd met Google’s gemakzucht en eenheidsworst gaat winnen. Of de ontwikkeling van het vak en de lessen voldoende zijn om de degeneratie van onze leercapaciteiten voor te zijn. Ik ben daar niet zo zeker van.
De kracht van een vak als maatschappijleer is altijd geweest dat het de overheid en de onderwijsinstellingen handvatten bood om jongeren bepaalde kennis en achtergronden mee te geven. In één van de allereerste lessen die ik volgde, werd het begrip ‘maatschappij’ uitgelegd; ‘een samenleving en haar ordenende aspecten’.  Discussies over ‘de Staat’, begrippen als ‘identiteit’ en vergezichten als ‘de utopie’, zorgden voor een vak dat gericht de wereld besprak met mij en mijn klasgenoten. Maar wel een abstracte wereld vol begrippen, die voor veel van mijn medeleerlingen niet verder ging dan het stampen van begripsbepalingen. Later kwamen daar gesprekken over ‘integratie’ en ‘democratie’ bij, onderwerpen die leidden tot felle discussie’s en nooit tot een conclusie leken te komen.
Met de komst van Google, Facebook, Hyves en Twitter blijft die discussie allang niet meer beperkt tot het schoolplein. We zijn beland in een mediacratie die Nederland momenteel in zijn greep houdt en een steeds groter gedeelte van het vak en de maatschappij bepaalt. Misschien is daar niets mis mee.  Maar het zorgt wel voor een mentaliteitsverandering bij scholieren. ‘Let me Google that for you’ (http://lmgtfy.com/?q=maatschappijleer) is een mooi voorbeeld van de schijnbare onverschilligheid waarmee mensen omgaan met het tot zich nemen van informatie. De overheid gooit meer, in plaats van minder, over de schutting van het vak Maatschappijleer en scholieren zien door de bomen die vaak al niet meer dan vage tekeningen voor ze waren, het bos niet meer.
Voor mij was ‘maatschappijleer’ een platform om discussies te beginnen, en het wekte mijn politieke interesse. Maar voor al die mensen die maatschappijmoe zijn en geen vertrouwen meer hebben in overheid en politiek is het noodzaak om niet langer te blijven hangen in generalisatie, maar uit te gaan van de mens achter de begrippen. Van de invloed die overheid en politiek kunnen hebben op onze medemens die het moeilijk heeft. En van de uiteindelijke kracht van de samenleving om te binden en op te vangen waar mensen buiten hun schuld in de moeilijkheden komen. De méns vormt namelijk de toekomst van (de) maatschappij(leer).
Niet Google.

Deze column is geschreven voor de Nederlandse Vereniging van Leraren Maatschappijleer in het kader van een boek over 40 jaar Maatschappijleer. Oa Paul Schnabel, Gerdi Verbeet, Ed Nijpels en Mark Rutte schrijven ook bijdragen voor dit boek.

Tim van Lieshout | Reageer (1)